griekenland

Startspot.nl

Als startpagina - Bij je favorieten - Eigen startpagina

Dating

» Meer dating!

Aanmelden

Bekijk of de naam nog vrij is en registreer de naam:

.startspot.nl

Overzicht

Griekenland 1

Zoekwoorden Griekenland athene grieks appartement griekenland griekenland kaart griekenland reizen grieks eten grieks restaurant grieks woordenboek griekse goden griekse muziek griekse mythologie griekse oudheid hotel griekenland naar griekenland vakantie griekenland aanbieding griekenland appartementen griekenland athene 2004 autohuur griekenland camping griekenland campings griekenland corfu griekenland cultuur griekenland cursus grieks eilandhoppen griekenland geschiedenis griekenland geschiedenis van griekenland goedkoop griekenland griekenland athene griekenland chersonissos griekenland eiland griekenland eilanden griekenland foto's griekenland hotels griekenland info griekenland informatie griekenland klimaat griekenland kreta griekenland nederland griekenland nl griekenland pagina griekenland parga griekenland toerisme griekenland vakantiehuis griekenland vakanties grieks eiland grieks leren grieks recept grieks theater grieks vertalen grieks vertalingen griekse beelden griekse cultuur griekse gerechten griekse geschiedenis griekse keuken griekse kunst griekse recepten griekse salade griekse sex griekse taal griekse vazen griekse vlag griekse woorden het oude griekenland hotel athene hotels athene informatie over griekenland kaart van griekenland kos griekenland landkaart griekenland last minutes griekenland lesbos griekenland olympia griekenland olympische spelen athene op zijn grieks oud griekenland oude griekenland pallas athene reis griekenland reizen naar griekenland restaurant athene rhodos griekenland rondreis griekenland samos griekenland school van athene spreekbeurt griekenland startpagina griekenland strand griekenland temperatuur griekenland turkije griekenland vakantie in griekenland vakantiehuizen griekenland vakantiereizen griekenland vertaling grieks vlag griekenland vliegen griekenland vliegreis griekenland vliegreizen griekenland vliegtickets athene vliegtickets griekenland vliegvakantie griekenland vliegvakanties griekenland wandelen griekenland weer athene weer griekenland weer in griekenland werkstuk griekenland www griekenland zakynthos griekenland zeilen griekenland zeilen in griekenland zeilvakantie griekenland zonvakantie griekenland aanbiedingen griekenland bezienswaardigheden griekenland bungalow griekenland chania griekenland de griekse goden duiken griekenland eiland hoppen griekenland flottielje griekenland goedkoop naar griekenland goedkope vakantie griekenland griekenland algemeen griekenland bevolking griekenland boeken griekenland chios griekenland italie griekenland pagina nl griekenland specialist grieks alfabet grieks boodschapper grieks koken grieks orthodox grieks pallas grieks pasen grieks restaurant utrecht grieks sex grieks verkeersbureau griekse alfabet griekse ambassade griekse architectuur griekse beeldhouwkunst griekse bouwkunst griekse cijfers griekse dans griekse eiland griekse en romeinse goden griekse gids griekse god griekse godin griekse godinnen griekse helden griekse kleding griekse landschildpad griekse letter griekse letters griekse mythe griekse mythen griekse mythes griekse naam griekse namen griekse restaurant griekse restaurants griekse rijst griekse tempel griekse tempels griekse theaters griekse tragedie griekse yoghurt griekse zuilen het weer in griekenland heuvel athene heuvel in athene karpathos griekenland lastminutes griekenland latijn en grieks latijn grieks lefkas griekenland nederlands grieks op z n grieks oud grieks oud grieks boodschapper oude griekse theaters over griekenland pallas athene college plattegrond griekenland reisverslag griekenland santorini griekenland stad griekenland stamboom griekse goden stedentrip athene vacantie griekenland vakantie naar griekenland van griekenland vliegveld athene werken in griekenland woordenboek nederlands grieks www griekenland nl Griekenland Ga naar: navigatie, zoek ???????? ?????????? Ellenike Demokratia Griekse vlag Basisgegevens Officiële landstaal Grieks Hoofdstad Athene Regeringsvorm Republiek Religie Orthodox 98% Oppervlakte ? % water 131.940 km˛ 0,86%% Inwoners ? Dichtheid: 10.6 miljoen (2001) 80,5/km˛ Overige Munteenheid euro (EUR) Tijdzone UTC +2 Nationale feestdag 25 maart Volkslied Imnos is tin Eleftherian Web | Code | Tel. .gr | GRC | 30 Griekenland (Grieks: ?????? = Elláda of ????? = Hellas) is een land in Zuid-Europa, bestaande uit het zuidelijkste deel van het Balkanschiereiland en een groot aantal eilanden. Deze eilanden vormen samen ongeveer 20% van het landoppervlak. Griekenland grenst in het noorden (van west naar oost) aan Albanië, Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Bulgarije en Turkije. Voor het overige is het vasteland van Griekenland omgeven door de Middellandse Zee (in het zuiden), de Ionische Zee (in het westen) en de Egeďsche Zee (in het oosten). De grootste eilanden zijn Kreta, Evia, Lesbos en Rodos. Griekenland is sinds 1981 lid van de Europese Unie. Inhoud [verbergen] 1 Naam 2 Kerngegevens 3 Belangrijke plaatsen op het Griekse vasteland 4 Eilanden 5 Bestuurlijke indeling 6 Geschiedenis 7 Zie ook 8 Externe links [bewerk] Naam De formele naam van Griekenland in het Grieks is ????? (Ellás), wat internationaal vaak vervormd wordt. Deze naam wordt door sommige Grieken ook in andere talen geprefereerd (?Welcome to Hellas!?) en Grieken noemen zich ook in andere talen wel Hellenen, naar het Griekse woord "???????". Het Nederlandse woord Griekenland, alsmede verwante namen in veel andere talen, komt van het Latijnse Magnia Graeca, waarmee de Romeinen aanvankelijk het door Grieken gekoloniseerde deel van Zuid-Italië en later de volledige door Grieken bewoonde wereld aanduidden. Overigens komt dit woord op haar beurt wel weer uit het Griekse ??????? (Graikós) voort, volgens Aristoteles een oude naam voor het Griekse volk. [bewerk] Kerngegevens Omtrek landgrenzen: 1210 km (Bulgarije 494 km, Albanië 292 km, Macedonië 228 km, Turkije 206 km) Kustlijn: 14.880 km Grootste rivieren: Álfios, Axios, Evros, Nestos, Strymon. Grootste meer: Prespameer (gedeeltelijk buiten Griekenland gelegen) Hoogste punt: Olympus 2917 m. Officiële naam: Griekse (of: Helleense) Republiek (???????? ?????????? = Elleniké Demokratia) President: Karolos Papoulias (sinds 12 maart 2005) Regeringsleider: Kóstas Karamanlís Parlement: één kamer: Kamer van Afgevaardigden (Vouli ton Ellinon) van 300 zetels met een termijn van 4 jaar Bestuurlijke indeling: 13 provincies (periferies), onderverdeeld in 51 prefecturen. De monnikenstaat Athos heeft een autonome status. Munteenheid vóór 2002: Drachme. Zie ook: Griekse euromunten Onafhankelijkheid van het Ottomaanse Rijk op 25 maart 1821 en erkenning in 1828 [bewerk] Belangrijke plaatsen op het Griekse vasteland Athene (de hoofdstad) Dafní Delphi Ioannina Kavala Kanaal van Korinthe - Korinthe Larissa Patras Piraeus Thessaloniki [bewerk] Eilanden Zie ook Lijst van Griekse eilanden In de wateren die het Griekse vasteland omgeven liggen ongeveer 1700 eilanden die ook tot Griekenland behoren: Egina ? Chios ? Evia ? Ikaria ? Kreta (Kriti) ? Korfoe (Kerkyra) ? Kos ? Lesbos (Lesvos) ? Naxos ? Mykonos ? Paros ? Rodos ? Samos ? Zakynthos (Zante) e.a. De meeste eilanden worden gegroepeerd in archipels: de voornaamste zijn de Ionische eilanden, de Sporaden, de Cycladen en de Dodekanesos. [bewerk] Bestuurlijke indeling Zie Regio's van Griekenland voor het hoofdartikel over dit onderwerp Zie Lijst van departementen van Griekenland voor het hoofdartikel over dit onderwerp Satellietfoto van Griekenland en omgevingGriekenland is onderverdeeld is 13 regio's (peripheries), die weer onderverdeeld zijn in 51 departementen (nomí). De departementen zijn weer onderverdeeld in 147 kleinere bestuursgebieden, zogenaamde eparchies, die weer onderverdeeld zijn in in totaal 1033 gemeenten: 900 stedelijke gemeenten (demoi) en 133 landelijke (koinotetes). De regio's met hun nomi zijn: Attika Athene Oost-Attika Piraeus West-Attika Centraal Griekenland Boeotië Euboea Evrytania Fokida Fthiotis Centraal Macedonië Chalkidiki Imathia Kilkis Pella Piëriá Sérres Thessaloniki Epirus Árta Ioannina Préveza Thesprotía Ionische Eilanden Corfu Kefalonia Lefkas Zakynthos Kreta Chania Iraklion Lassithi Rethimno Oost-Macedonië en Thracië Drama Évros Kavála Rodópi Xánthi Noord-Egeďsche Eilanden Chios Lesbos Samos Peloponnesos Arkadië Argolida Korinthe Laconië Messinia Thessalië Karditsa Larissa Magnesía Tríkala West-Griekenland Achaea Aetoloacarnania Ilia West-Macedonië Flórina Grevená Kastoriá Kozáni Zuid-Egeďsche Eilanden Cycladen Dodekanesos Athos (autonome regio) [bewerk] Geschiedenis Geschiedenis van Griekenland Aegeďsche beschaving voor 1600 v. Chr. Minoďsche beschaving ca. 3000?1400 v. Chr. Helladische beschaving ca. 1600?1100 v. Chr. Cycladische beschaving ca. 1600?1100 v. Chr. Duistere eeuwen ca. 1200?800 v. Chr. Archaďsche periode 776?500 v. Chr. Klassieke periode ca. 500?323 v. Chr. Hellenistische periode 323 v. Chr.?146 v. Chr. Romeinse periode 146 v. Chr.?395 Byzantijnse periode 395?1453 Ottomaanse periode 1453?1832 Griekse geschiedenis na 1832 Zie Geschiedenis van Griekenland voor het hoofdartikel over dit onderwerp Tot 1000 v. Chr. werd Griekenland geregeerd door vele verschillende leiders van diverse afkomst. Het gebied groeide uit tot een mengsel van onafhankelijke stadsstaten, waarvan velen kolonies in het Middellandse-Zeegebied vestigden. De klassieke Griekse cultuur, die rond Athene wordt gecentreerd, bereikte zijn hoogtepunt in de vijfde eeuw voor Christus alvorens het werd veroverd door Philippus II van Macedonië in 338 v. Chr. Het gebied werd later gecontroleerd door de Romeinse en Byzantijnse imperiums alvorens het werd geabsorbeerd in het Ottomaanse imperium (1456). In 1829 bereikte Griekenland zijn onafhankelijkheid en vestigde een constitutionele monarchie. Er volgde een militaire staatsgreep in 1967 en een democratische republiek werd gevestigd in 1974. [bewerk] Zie ook Lijst van Griekse plaatsen Griekenland van A tot Z Monumenten op de Werelderfgoedlijst Geschiedenis van Griekenland Griekse gerechtenGeschiedenis van het moderne Griekenland Ga naar: navigatie, zoek Geschiedenis van Griekenland Aegeďsche beschaving voor 1600 v. Chr. Minoďsche beschaving ca. 3000?1400 v. Chr. Helladische beschaving ca. 1600?1100 v. Chr. Cycladische beschaving ca. 1600?1100 v. Chr. Duistere eeuwen ca. 1200?800 v. Chr. Archaďsche periode 776?500 v. Chr. Klassieke periode ca. 500?323 v. Chr. Hellenistische periode 323 v. Chr.?146 v. Chr. Romeinse periode 146 v. Chr.?395 Byzantijnse periode 395?1453 Ottomaanse periode 1453?1832 Griekse geschiedenis na 1832 Na moeizame onderhandelingen werd Griekenland in 1830 door het Congres van Londen onafhankelijk verklaard. Nauplion (nu Náfplio) werd de hoofdstad, tot men in 1834 daarvoor Athene koos. In 1831 werd Kapodistrias te Náfplion doodgeschoten. Griekse diplomaten reisden de Europese hoven af om een koning voor Griekenland te vinden, maar géén regerende vorst wilde zijn zoon naar de Griekse heksenketel sturen. In 1832 werd Griekenland toch een koninkrijk: de zeventienjarige prins Otto van Beieren, zoon van de filhelleen Lodewijk I uit het huis Wittelsbach, beklom als Otto I de troon. Het was verre van rustig in het land, dat toen 750.000 inwoners telde (nu 10 miljoen). Het volk was ontevreden, omdat de beste gebieden, Noord-Griekenland en de Ionische eilanden, respectievelijk aan Turkije en Engeland bleven. Inhoud [verbergen] 1 Otto I (1832-1861), de eerste koning 2 Koning George I (1863-1913) 3 Koning Konstantijn I (1913-1917 en 1920-1922) 4 Koning George II (1922-1923, 1935-1941 en 1946-1947) 5 De (eerste) Griekse republiek (1923-1935) 6 George II weer terug 7 De Tweede Wereldoorlog 8 De burgeroorlog, 1945-1949 9 Koning Paul I (1947-1964) 10 Van monarchie naar republiek 11 Griekenland in de Europese Unie 12 De 21e eeuw [bewerk] Otto I (1832-1861), de eerste koning De jonge, toegevende en niet bijster talentvolle koning was niet de geschikte man om het achterlijke en verwoeste land met zijn grote schuldenlast te saneren. Hij regeerde als absoluut monarch, bijgestaan door Beierse adviseurs en ambtenaren, steunend op een legertje van goedbetaalde Beierse vrijwilligers. De ontevredenheid groeide en in 1837 moest de koning zijn Beierse ministers door Griekse vervangen; in 1843 dwong een revolutie hem een grondwet ("sýntagma") af, naar Belgisch model. Een nieuwe opstand in 1861 dwong de kinderloze koning tot afstand van de troon. Otto en zijn koningin Amalia verlieten het land, waarna een rumoerige tijd volgde. [bewerk] Koning George I (1863-1913) Na het vertrek van Otto I leverde het Deense koningshuis Sonderburg-Glücksburg een koning, en wel de achttienjarige prins Wilhelm, tweede zoon van Christiaan IX, die de naam van George I aannam. De slanke en energieke koning trouwde enkele jaren later met Olga van Rusland. De koning leefde sober, werkte hard en reisde vier jaar door het land om de moeilijkheden van zijn volk te leren kennen. Deense architecten zetten de bouwactiviteiten voort, die de Beierse bouwmeesters onder Otto I begonnen waren. Ondanks de democratische grondwet van 1864 -algemeen mannenkiesrecht, vrijheid van pers en godsdienst- bleef Griekenland van een stabiele democratie verstoken. Dé strijdvraag van ministerie en parlement bleef: de nog onder Turks bewind staande Griekse gebieden met geweld bevrijden of de Turken te vriend houden om aan het economische herstel van eigen land te kunnen werken. Als huwelijksgeschenk voor de nieuwe koning had Engeland in 1864 de Ionische eilanden afgestaan en in 1877 werd het vruchtbare Thessalië bij Griekenland gevoegd. In 1913, na de Balkanoorlogen, volgden Kreta, Noord-Griekenland en een aantal Egeďsche eilanden. In datzelfde jaar werd de populaire koning George I, toen hij door de straten van de pas verworven stad Thessaloníki wandelde, door een geesteszieke doodgeschoten. Zijn oudste zoon Konstantijn volgde hem op. [bewerk] Koning Konstantijn I (1913-1917 en 1920-1922) Toen in 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbrak, wilde de liberale politicus Eleftherios Venízelos - een wilskrachtige Kretenzer die in 1910 premier was geworden - zich, ter vergroting van grondgebied, aansluiten bij de geallieerden, maar Konstantijn, gehuwd met een zuster van de Duitse keizer Wilhelm II, was pro-Duits. Dat gaf aanleiding tot vele strubbelingen en tot het ontslag en de verbanning van Venízelos. Onder druk van de geallieerden, die Athene bombardeerden, moest koning Konstantijn in 1917 troonsafstand doen, en met kroonprins George verliet hij het land om erger te voorkomen. Het Griekse volk deed zijn koning met bloemen uitgeleide. Franse troepen rukten Athene binnen, Venízelos keerde naar zijn land terug en verklaarde Duitsland de oorlog. Intussen was Konstantijns tweede zoon als Alexander I (1917-1920) koning geworden; hij was getrouwd met Aspasia Manos, de beeldschone dochter van een rijke Atheense burger. Het volk beschouwde echter de verdreven koning Konstantijn als een martelaar en noemde Alexander -in zijn koninklijk paleis een gevangene van Venízelos en de geallieerden- geen koning maar "prins (regent)". Na de Eerste Wereldoorlog kreeg Griekenland uitbreiding in het noorden ten koste van Turkije en Bulgarije, het kreeg bovendien Smyrna en omgeving op de Turkse kust in Klein-Azië. In 1920 stierf koning Alexander I ten gevolge van de beet van een aap. Een volksstemming riep Konstantijn terug: hij werd met laaiende geestdrift ontvangen en premier Venízelos moest het land opnieuw verlaten. In 1922 speelde zich de hoogst ongelukkige oorlog tegen Turkije af, waartegen koning Konstantijn zich steeds had verzet. De Grieken waren vol van hun eeuwenoude droom: herstel van het Byzantijnse Rijk. Kemál Pasja Atatürk, de sterke man van Turkije, had de afstand van Smyrna en omgeving nooit erkend. Na aanvankelijke sucessen verliep de oorlog voor Griekenland verder rampzalig, het leed verpletterende nederlagen, de Turken staken Smyrna in brand en de Griekse bevolking vluchtte bij honderdduizenden, het Griekse leger sloeg aan het [[muiterij|muiten. De slechte afloop van de oorlog leidde tot een militaire opstand onder leiding van de Venízelos-gezinde generaal Plastiras. Konstantijn kreeg de schuld en hij trad af om een burgeroorlog te voorkomen. Zijn oudste zoon volgde hem op als George II (1922-1923). [bewerk] Koning George II (1922-1923, 1935-1941 en 1946-1947) Geen enkel Europees land heeft zo gesold met zijn koningen als Griekenland: «een warmbloedig volk, een brandende en wankele kroon». In 1923 stierf Konstantijn I in ballingschap te Palermo aan een hersenbloeding. In datzelfde jaar schafte het parlement de monarchie af en riep de republiek uit. Na één jaar koning geweest te zijn, vertrok George II naar Londen. [bewerk] De (eerste) Griekse republiek (1923-1935) Door de bevolkingsuitwisseling - Grieken uit Turkije, Turken en Bulgaren uit Griekenland - stond het arme en verdeelde Griekenland voor de taak bijna anderhalf miljoen uit Turkije en andere gebieden verdreven landgenoten onderdak, voedsel en werk te verschaffen. Grote politieke tegenstellingen leidden tot onrust in het land. In 1924 werd het dan ook officieel een republiek met de militair Koundouriótis als president. Van januari tot augustus 1926 was er kort een militaire dictatuur onder generaal Pángoulos. In 1928 werd Venízelos weer teruggehaald, nadat zijn partij bij de verkiezingen de meerderheid had behaald. Hij bracht enige verbetering in de economische en financiële toestand en sloot vriendschap met Turkije. Maar in 1932 werd hij door de royalisten ten val gebracht en eens te meer verbannen. In de periode tot de Tweede Wereldoorlog werden de meeste kabinetten door de militairen ten val gebracht. [bewerk] George II weer terug In 1935 besliste een volksstemming over het herstel van de monarchie en George II besteeg opnieuw de troon. De ernstige, eenvoudige en spaarzame vorst leefde als een eenzame in zijn kaalgeplunderde paleis. Na veertien ongelukkige huwelijksjaren had koningin Elisabeth (van Roemenië) zich van hem laten scheiden. De koning bestreed de corruptie in het leger en in de politiek, kondigde amnestie af, ook voor Venízelos. Groot was de verdeeldheid in de politieke partijen. Door een staatsgreep werd Metáxas dictator; hij voerde de censuur in en interneerde vele tegenstanders. Metaxas was misschien niet als een echte fascist te bestempelen, maar had wel bewondering voor Duitsland, Italie en het Spanje van Franco. Hij wilde orde en tucht, maar was een tegenstander van het Megali Idea en enosis. Het zal daarom als een schok zijn aangekomen toen de Italiaanse ambassadeur midden in een oktobernacht in 1940 een ultimatum overhandigde dat een diepgaande inbreuk op de Griekse soevereiniteit eiste. Volgens zijn dochter schreeuwde hij telkens "Nee!". De daaropvolgende oorlog werd dan in Griekenland ook wel de "Nee-oorlog" genoemd. [bewerk] De Tweede Wereldoorlog Op 28 oktober 1940 vielen de Italianen het land binnen. De Italianen hadden op een makkelijke overwinning gehoopt maar werden verslagen. De Grieken dreigden zelfs Albanie te bezetten. Zeer precair werd de situatie voor de As toen de Engelsen hun steun toezegden. Dictator Ioannis Metaxas overleed op 29 januari 1941. Zijn opvolgers bleken niet bij machte om een krachtige regering te vormen. Griekenland bood dapper tegenstand, die echter niet meer mocht baten toen op 6 april 1941 ook de Duitsers en de Bulgaren het land binnenrukten. De koning verliet het land met zijn regering. De Duitsers installeerden een collaborerende regering o.l.v. generaal Tsolakoglu. Het land werd verdeeld tussen de Italianen, Bulgaren en Duitsers. De Italianen bezetten het noordwesten maar kregen tot hun teleurstelling niet Thessaloniki. De Bulgaren bezetten het noordoosten, Grieks Macedonie. De Duitsers bezetten het centrale deel en de Peloponnesos plus de meeste eilanden, vanwege de strategische ligging. Door de beztting kon Griekenland nu ook geen graan meer invoeren, waardoor hongersnood uitbrak. Met name in Athene en op de eilanden was de situatie zeer ernstig, en ten slotte gaven de Duitsers de geallieerden toestemming de Grieken met graan te bevoorraden. De Bulgaren traden in hun zone hard op tegen iedere uiting van Griekse cultuur en propageerden de Bulgaars-Slavisch Macedonische cultuur. Wie in de Italiaanse zone woonde was wellicht nog het beste af: de Italianen gedroegen zich correct, er was minder hongersnood, en de joden werden met rust gelaten. Na de Duitse inval in de Sovjet-Unie, richtten de nationaal-communisten (KKE) de verzetsbeweging EAM (Nationaal Bevrijdingsfront) op. De gewapende tak van de EAM was de ELAS. Hoewel de EAM bestond uit meerdere verzetsgroepen, de KKE (communisten) bleken spoedig de overhand te krijgen binnen de EAM. Er werden ook andere verzetsgroepen opgericht, de republikeinse EDES (Nationale Republikeinse Griekse Liga), de EKKA (Nationale Socialistische Bevrijdingsleger) en tal van kleinere verzetsbewegingen. Tot 1944 toe werden er in de bergen van het bezette land felle gevechten geleverd, waarbij al spoedig de nationaal-communisten (EAM-ELAS) de leiding namen. In oktober 1944 gaven de Duitsers Athene over aan de Engelsen; de uitgeweken regering keerde naar Griekenland terug. Een volksstemming in 1946 riep ook koning George II weer op de troon, maar een jaar later stierf hij aan een hartaanval. In 1946 had Italië de Doodekančsos aan Griekenland afgestaan. [bewerk] De burgeroorlog, 1945-1949 Na de Tweede Wereldoorlog trachtten de communisten de macht in handen te krijgen, maar een Engels expeditieleger kwam de regering te hulp. De Verenigde Staten verleenden steun om de Russische expansie te voorkomen. Er heerste echter geen rust in het land, vooral niet in de noordelijke bergstreken die door de communisten werden beheerst. Ze kregen veel aanhang wegens de slechte economische, sociale en politieke situatie. In 1947 woedde de burgeroorlog op zijn hevigst; de regeringsgetrouwe troepen werden aangevoerd door generaal Papagos; de goedbewapende communistische ELAS, geleid door de Stalinistische "generaal Markos", hield strooptochten door het land en ontvoerde 26.000 Griekse kinderen naar communistische buurlanden. In 1948 verliep de strijd door het ingrijpen van een Engels leger, onenigheid onder de communisten, leveranties van Amerikaanse wapens aan de regeringstroepen en door gebrek aan wapens bij de communisten (Joegoslavië hield immers op te leveren na de breuk van Tito met Moskou). In 1949 keerde de rust weer dankzij het werk en het prestige van Papagos met zijn "Griekse volksbeweging". [bewerk] Koning Paul I (1947-1964) In 1947 werd de kinderloos gestorven George II opgevolgd door zijn broer Paul (Pávlos) I, die in 1938 gehuwd was met de vijftien jaar jongere Frederika van Brunswijk. Na de burgeroorlog had het land te kampen met grote problemen: veel huizen verwoest, het vee weggevoerd, een verbitterde mentaliteit. Het koningspaar spande zich in om de door de burgeroorlog ontstane menselijke wonden te helen. De regering financierde de terugkeer van de verdreven en gevluchte boeren naar de bergdorpen, verbood de communistische partij en interneerde vele communisten. In 1956 kregen de vrouwen kiesrecht. Het land genoot bij zijn wederopbouw grote financiële steun van de Verenigde Staten. [bewerk] Van monarchie naar republiek Het bleef roerig in Griekenland, ook na de dood van Paul I in 1964, onder de regering van zijn zoon en opvolger Konstantijn II, die huwde met prinses Anne-Marie van Denemarken. In 1965 ontsloeg de koning de socialistische premier Georgios Papandreou wegens een conflict over het door Papandréou gewenste ontslag van bepaalde legerofficieren. Langdurige kabinetscrisissen en onlusten waren het gevolg. Op 21 april 1967 kwam door een staatsgreep de macht aan een groep legerofficieren - "de kolonels" - want "het land liep gevaar geleidelijk onder communistische invloed te geraken". De "sterke mannen" waren Papadópoulos en Patakós. In december 1967 kwam koning Konstantijn II in verzet tegen de militaire junta, maar hij rekende vergeefs op steun van het volk en moest zich in ballingschap begeven. Om een schorsing wegens het ontbreken van een democratisch bestel te voorkomen, trad Griekenland in 1969 uit de Raad van Europa. In 1973 verving de Griekse regering de monarchie door een republiek, met Papadopoulos als president. Bij het referendum van juli 1973 keurde 78% van de kiezers de nieuwe republikeinse grondwet goed. Na het verzet van de studenten van de polytechnische school te Athene volgde in november 1973 een militaire staatsgreep, die zonder bloedvergieten verliep. Papadopoulos werd door zijn medestanders van 1967 ten val gebracht: sindsdien zat hij een levenslange straf uit in de zwaarbewaakte gevangenis van Korýdallos, bij Athene, tot aan zijn dood op 27 juni 1999. In 1974 kwam de als balling in Frankrijk levende Karamanlís aan de macht, met zijn partij de Nea Dimokratia ("Nieuwe Democratie"). Griekenland trad uit de NAVO als protest tegen het feit dat deze organisatie de Turkse invasie op Cyprus ongestraft liet. Bij een referendum werd het koningschap van Konstantijn II niet hersteld; 70% van de Grieken koos voor een republiek. In 1980 werd de 73-jarige Karamanlís tot president gekozen; Griekenland keerde terug in de NAVO en op 1 januari 1981 werd het lid van de Europese Unie [bewerk] Griekenland in de Europese Unie Bij de verkiezingen in oktober 1981 voor het 300 zetels tellende parlement, behaalde de "PAnhelleense SOCialistische partij" ("PASOK") met 174 zetels de absolute meerderheid. Andreas Papandreou, zoon van de vroegere socialistische premier Georgios Papandreou, werd minister-president. Hoewel hij aanvankelijk het lidmaatschap van de NAVO ter discussie stelde, werd er in 1983 een nieuw verdrag gesloten, dat o.a. betrekking had op de Amerikaanse bases in het land. Papandréou voerde vele vernieuwingen in: de bruidsschat werd afgeschaft, kerkelijk en burgerlijk huwelijk werden gelijkgesteld, de eeuwenoude spelling ietwat vereenvoudigd en sociale hervormingen werden doorgevoerd. Hij erkende de PLO van Arafat. De verhouding met buurland (maar erfvijand nr. 1) en NAVO-partner Turkije bleef gespannen, vooral na de eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring van het Turkse deel van Cyprus in november 1983. Papandréou, die van de Europese Unie royale subsidies voor zijn boeren wist af te persen, raakte echter steeds meer betrokken in allerlei financiële en emotionele schandalen. Aan zijn politieke carričre leek zelfs in 1989 een einde te zijn gekomen toen hij na twee ambtsperioden verpletterend verslagen werd door zijn tegenstanders van de (liberale) "Néa Dimokratía". De nieuwe premier Konstantinos Mitsotákis zag zich verplicht met onpopulaire maatregelen het economische puin in het land te ruimen. Regelmatig lag Griekenland met zijn E.U.-partners overhoop, o.a. door zijn houding tegenover de burgeroorlog in voormalig Joegoslavië. Als orthodox-christelijk land koos Griekenland voor de kant van Servië, en weigerde het de onafhankelijkheid van de vroegere deelrepubliek Macedonië onder die naam te erkennen, uit vrees voor Macedonische aanspraken op de gelijknamige gebieden in Noord-Griekenland1. De Grieken noemen het land "????" (spreek uit: poe-ghoe-dhoe-moe; de Griekse afkorting voor Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië) of gewoonweg "Skópia", naar zijn hoofdstad Skopje. Nederland leed in 1991 voor korte tijd onder een Grieks handelsboycot, nadat het bekend had gemaakt de vroegere Joegoslavische deelrepubliek te erkennen onder de eenvoudige naam 'Macedonië'. In 1993 verloor Mitsotakis zijn parlementaire meerderheid nadat twee van zijn parlementsleden overstapten naar de scheurlijst ("Néa Ánixi", "Nieuwe Lente") van de aan de dijk gezette minister van Buitenlandse Betrekkingen Antonios Samarás. Er kwamen vervroegde parlementsverkiezingen op 10 oktober 1993, waarbij Papandréou - intussen door de rechtbank onschuldig verklaard - vrij onverwacht opnieuw naar de absolute meerderheid afstevende, en na vier jaar oppositie weer aan de macht kwam. Op 1 januari 1994 nam Griekenland het E.U.-voorzitterschap over van België; het conflict met Skopje dat zijn hoogtepunt bereikte in februari '94, toen Griekenland tegen zijn noorderbuur een streng handelsembargo instelde werd inmiddels -onder druk van de Europese partners- min of meer bijgelegd. Hoe dan ook heeft Griekenland als meest oostelijk gelegen EU-land zwaar te kampen met illegale inwijking, niet alleen vanuit Albanië en het voormalige Oostblok, maar - via buurland Turkije - ook vanuit de moslimwereld (o.a. Pakistan). Op 10 maart 1995 werd Konstantinos Stephanopoulos verkozen tot president van de republiek. Eind '95 kreeg de zwaar zieke premier Papandréou dergelijke gezondheidsproblemen dat hij in januari '96 moest aftreden en enkele weken later overleed. Dat was voor Griekenland het einde van een tijdperk... De kersverse premier Kostas Simitís kreeg het reeds na enkele dagen aan de stok met grote buur Turkije, toen een grensgeschil om het onooglijke rotseilandje Imiá bijna ontaardde. Door toedoen van de Amerikaanse president Clinton kon een heuse oorlog vermeden worden. Uiteraard volgden de Grieken met Argusogen de politieke onstabiliteit in Turkije, waar bij de parlementsverkiezingen eind '95 de moslimfundamentalisten van Erbakán als grootse partij uit de bus kwamen... Binnen de EU bleef Griekenland zich trouwens koppig verzetten tegen de toetreding van Turkije (EU-top van Luxemburg, eind '97), dat op zijn beurt volhardde in de halsstarrigheid over de Cyprus-kwestie. De laatste tijd kan men echter een dooi in de betrekkingen tussen beide erfvijanden vaststellen, vooral sinds in 1999 beide landen door een zware aardbeving werden getroffen. In 2000 werden met Turkije vijf samenwerkingsverdragen getekend op het gebied van economie, wetenschap, cultuur, maritieme handel en de douane. In oktober namen beide landen deel aan een gemeenschappelijke NAVO-oefening in de Egeďsche Zee, waarbij de geplande aanwezigheid van Griekse militairen en materieel op Turks territorium aanvankelijk als een doorbraak werd gezien. De relatie kwam echter weer onder druk te staan toen een oud militair meningsverschil over het luchtruim van twee Griekse eilanden weer opspeelde. Uiteindelijk trok Griekenland zich terug uit de oefening. [bewerk] De 21e eeuw Op 8 februari 2000 werd President Stephanopoulos met een overweldigende meerderheid in het parlement herkozen voor een tweede ambtstermijn. De verkiezingsoverwinning van PASOK in april 2000 stelde premier Simitis in staat zijn succesvolle economische bezuinigingspolitiek voort te zetten. In het voorjaar 2000 bedroeg de inflatie voor het eerst in 30 jaar slechts 2,9%. Hiermee kwalificeerde Griekenland zich voor deelname aan de Europese Monetaire Unie. Het Europees parlement nam op 18 mei 2000 met grote meerderheid een resolutie aan waarin werd gepleit voor Griekse toetreding tot de eurozone per 1 januari 2001. Op 19 juni volgde de officiële goedkeuring van de Raad van Ministers. Bij de parlementsverkiezingen van maart 2004 werd de "Nea Dimokratia" opnieuw de grootste partij van Griekenland, en kwam er een einde aan meer dan 10 jaar regering Semitis. Op 8 februari 2005 werd in het Griekse parlement met overweldigende meerderheid de voormalige socialistische minister van Buitenlandse Zaken Karolos Papoulias tot president gekozen. De 75-jarige politicus was de enige kandidaat voor de functie, en zijn kandidatuur werd gesteund door zowel de regerende conservatieven als de oppositiepartij PASOK. Van de driehonderd afgevaardigden stemden er uiteindelijk 279 voor, en dat was een recordaantal. -------------------------------------------------------------------------------- NB een juridisch aardigheidje: in juni 1996 werd eindelijk, na meer dan 2000 jaar een officieel vredesverdrag gesloten tussen Athene en Sparta. Dat was er voordien nooit van gekomen!! Ottomaanse periode Ga naar: navigatie, zoek Geschiedenis van Griekenland Aegeďsche beschaving voor 1600 v. Chr. Minoďsche beschaving ca. 3000?1400 v. Chr. Helladische beschaving ca. 1600?1100 v. Chr. Cycladische beschaving ca. 1600?1100 v. Chr. Duistere eeuwen ca. 1200?800 v. Chr. Archaďsche periode 776?500 v. Chr. Klassieke periode ca. 500?323 v. Chr. Hellenistische periode 323 v. Chr.?146 v. Chr. Romeinse periode 146 v. Chr.?395 Byzantijnse periode 395?1453 Ottomaanse periode 1453?1832 Griekse geschiedenis na 1832 In 1453 viel Constantinopel in handen van de Turken; de Balkanlanden waren toen al grotendeels in hun handen. Ook Griekenland lag toen open voor hun veroveringszucht. In 1456 veroverden ze Athene en een groot deel van het Griekse vasteland. Een aantal eilanden kwam later aan de beurt, Rhodos pas in 1523, Kreta in 1669. Venetië heeft héél lang stand gehouden, op Korfou zelfs tot 1797. Steeds was er strijd tussen Venetië en de Turken. Een Spaans-Venetiaanse vloot onder leiding van Don Juan van Oostenrijk (natuurlijke zoon van keizer Karel V) bracht de Turken in 1571 bij Lepanto (nu Návpaktos) aan de Golf van Corinthe een verpletterende nederlaag toe. In 1687 belegerden de Venetianen de Akropolis van Athene; de Turken hadden hun kruitvoorraad opgeslagen in de Parthenoon-tempel. Een mortierkogel veroorzaakte een geweldige explosie die aan het gebouw onherstelbare schade toebracht. [bewerk] Donkere eeuwen De sultan verdeelde Griekenland in een zevental militaire districten en stuurde er Turkse boeren heen om zodoende een reserveleger bij de hand te hebben. Sommige dorpen waren eigendom van Turkse grootgrondbezitters; er waren geheel Turkse en geheel Griekse dorpen. Een militair (de "agha"), die vaak afwezig was, oefende er het gezag uit. Op de eilanden had men nog het minst last van de bezetter. Ook al bestond er sinds 1453 geen Grieks(talig)e staat meer, de Grieken vormden binnen het Osmaanse rijk allerminst een minderheid. Handel en zeevaart waren bijna uitsluitend Griekse professies. Om ambtenaar te worden moest je wel de islam aanhangen, maar Buitenlandse Zaken werd gerund door Grieken. Dat kon bijna niet anders: de Turken waren tot kort daarvoor nog een nomadisch volk, dat zich een rijk had verworven en dat rijk wilde besturen volgens het bestaande Grieks/Byzantijnse model. De Turkse sultans spiegelde zich aan de keizers van het Romeinse/Byzantijnse rijk, zoals eeuwen eerder ook de kaliefen van het vroegere Arabische Rijk hadden gedaan. De Turkse overheersing was een rem op de economische ontwikkeling, de mensen - arm en onontwikkeld - werden afgeperst, ze moesten dwangarbeid verrichten, en kinderen werden ontvoerd om tot soldaten van de sultan te worden opgeleid. Vaak werden ze ingelijfd bij het Osmaanse elitekorps van de Janitsaren. Dit gebeurde trouwens niet alleen bij de Grieken maar ook bij de andere volkeren van de door de Turken onderworpen Balkan. De Griekse boeren schraapten zich een karig loon bij elkaar om de door de Turken vereiste belastingen op te hoesten, de kleften stalen van om het even wie. Toch waren er ook dorpen en steden met een behoorlijke welvaart: door de verkoop van eikels en varkens, hout en leer, door het weven van wol en het spinnen van zijde en soms ook door de landbouw. De christenen genoten een zekere mate van godsdienstvrijheid. In de 18e eeuw werd de toestand wat draaglijker, dankzij de - niet altijd geslaagde - hulp van Rusland (zie vb. de Orlofika). Griekenland mocht sinds 1774 een handelsvloot hebben onder Russische vlag; in sommige bestuursfuncties werden Grieken benoemd. De guerrilla tegen de Turken ging echter door. Vele moegetergde boeren vluchtten de bergen in als hun dorp geplunderd werd of een Turks garnizoen moest herbergen. In onherbergzame gebieden hielden deze kleften (???????, eigenlijk "rovers") stand als ondergrondse strijders voor de vrijheid. Het streven van de Grieken om los te komen van het in ontbinding verkerende Turkse rijk werd door de grote mogendheden besproken in 1815 op het Wener Congres, maar Engeland voelde er niet veel voor, omdat het de veroverde Ionische eilanden voor zichzelf wenste te behouden. Voor een lijst met de Sultans van het Ottomaanse Rijk zie: Ottomaanse sultans [bewerk] De Griekse Vrijheidsoorlog De drang naar onafhankelijkheid en de propaganda van de geheime genootschappen hadden succes: in 1821 brak de opstand tegen de Turken uit. Maar al spoedig begon de tegenslag en wel door de komst van Ibrahim Pasja, de veldheer van Mehmed Ali van Egypte, die de sultan te hulp snelde. Met bloeddorstige wreedheid onderwierp hij verscheidene eilanden: op Chios werden 23.000 mensen vermoord ("le massacre de Scio"). Hij veroverde de Pelopónnesos en drong door tot Midden-Griekenland. In 1826 vielen Athene en de sterke vesting Messolóngion (nu Messolóngi) hem in handen. De Griekse opstand was in bloed gesmoord, het land verwoest. Ondertussen had echter de openbare mening in Europa partij gekozen voor de Grieken; de genootschappen van filhellenen stuurden geld, wapens en vrijwilligers. Ze verafschuwden de Turkse moordpartijen op de Grieken, die ze als afstammelingen van de helden van Marathon en Thermopylae beschouwden. Van over heel Europa kwamen idealistische lieden om hun Europese roots te zoeken, in de verwachting nazaten van Socrates te vinden. Wat ze vonden waren arme boeren en bandieten (kleften), die meer oosters leken dan Klassiek Grieks, en die beter met de Turken overweg konden dan met elkaar. De bekendste filhelleen was de Engelse dichter Lord Byron (1788-1824), die, na een zwerversleven door Europa, vol idealen naar het Griekse wespennest kwam om de Grieken te helpen bevrijden van de Turken en zich in 1824 als vrijwilliger meldde in het belegerde Messolóngi, waar hij drie maanden later aan de malaria bezweek. In 1827 keerde alles ten goede: Rusland, Frankrijk en Engeland grepen in. Hun vloot bracht de Turks-Egyptische de nederlaag toe bij Navarínon, op de westkust van de Pelopónnesos ten noorden van Pylos. De Turken werden verdreven uit de Pelopónnesos en Midden-Griekenland. Dit bevrijde gebied werd een republiek met Ioannis Kapodístrias als president. Byzantijnse periode Ga naar: navigatie, zoek Geschiedenis van Griekenland Aegeďsche beschaving voor 1600 v. Chr. Minoďsche beschaving ca. 3000?1400 v. Chr. Helladische beschaving ca. 1600?1100 v. Chr. Cycladische beschaving ca. 1600?1100 v. Chr. Duistere eeuwen ca. 1200?800 v. Chr. Archaďsche periode 776?500 v. Chr. Klassieke periode ca. 500?323 v. Chr. Hellenistische periode 323 v. Chr.?146 v. Chr. Romeinse periode 146 v. Chr.?395 Byzantijnse periode 395?1453 Ottomaanse periode 1453?1832 Griekse geschiedenis na 1832 Na de Ionische metropolen als Milete, na het onovertroffen Athene, raakten ook Alexandrië, het wonder van de oudheid, en de andere Hellenistische hoofdsteden na enkele eeuwen van grootse ontwikkelingen in verval. christendom en islam eisten hun tol en legden nieuwe vormen en normen op in de plaats van de oude, die zichzelf trouwens goeddeels hadden overleefd. Als deel van het Byzantijnse Keizerrijk had Griekenland veel last van vijandelijke invallen: in de 5e eeuw van Vandalen en Oostgoten, in de 6e van Slaven, Avaren en Hunnen, in de 8e wéér van Slaven, in de 9e van Saracenen, in de 10de van Bulgaren en in de 11e van Noormannen uit Sicilië. De eilanden werden vaak door zeerovers geplunderd. Al was Griekenland lange tijd een onbeduidende provincie, het échte leven speelde zich af in Constantinopel dat het nieuwe centrum van de Grieks/Byzantijnse cultuur was, na de 11e eeuw openbaarde zich een cultureel herstel, waarvan de orthodoxe kerken met hun prachtige mozaďeken en fresco's getuigenis afleggen. In 1054 scheidde de oosterse of Grieks-Orthodoxe kerk, onder leiding van de patriarch van Constantinopel, zich af van de kerk van Rome. Dat was het Grote Schisma. [bewerk] De Franken in Griekenland Op het einde van de vierde kruistocht (1202-1204) plunderden de westerse ("Latijnse") kruisvaarders Constantinopel en stichtten er het Latijnse keizerrijk (1204-1261). Vele ridders uit het westen (vb. Guillaume de Villehardouin) en edellieden uit de handelsrepubliek Venetië richtten er feodale staatjes op, ook in Griekenland, en bouwden er sterke burchten waarvan er tot op heden nog verscheidene bewaard gebleven zijn. Al deze ridders uit het westen -velen kwamen uit Frankrijk- duidde men aan met de minachtende benaming "Franken". Venetië nestelde zich stevig op de eilanden, in vele kustplaatsen en op de Pelopónnesos. Van 1309 tot 1523 waren Rhodos en enkele andere eilanden van de «Dodekánesos» in de macht van de johannieters. Mystras - bij Sparta - beleefde in de 14de-15e eeuw een bloeitijd, als residentie van de Byzantijnse stadhouder, die de titel voerde van "despoot"; het ambt werd bekleed door een zoon of broer van de Byzantijnse keizer. Voor een overzicht van de Byzantijnse keizers zie: Keizers van Byzantium Romeinse periode Ga naar: navigatie, zoek Geschiedenis van Griekenland Aegeďsche beschaving voor 1600 v. Chr. Minoďsche beschaving ca. 3000?1400 v. Chr. Helladische beschaving ca. 1600?1100 v. Chr. Cycladische beschaving ca. 1600?1100 v. Chr. Duistere eeuwen ca. 1200?800 v. Chr. Archaďsche periode 776?500 v. Chr. Klassieke periode ca. 500?323 v. Chr. Hellenistische periode 323 v. Chr.?146 v. Chr. Romeinse periode 146 v. Chr.?395 Byzantijnse periode 395?1453 Ottomaanse periode 1453?1832 Griekse geschiedenis na 1832 In een oorlog tegen Macedonië, dat door Syrië werd gesteund, riepen Pergamon, Athene en Rhodos, die de heerschappij van Macedonië beu waren, de hulp in van de Romeinen. In 197 v.C. behaalde de Romeinse consul Flaminius de overwinning en één jaar later kondigde hij onder groot gejubel op de Isthmische Spelen van Korinthe af, "dat de Grieken voortaan vrij zouden zijn". In 168 moest Macedonďë opnieuw Rome als meerdere erkennen, toen het door consul Lucius Aemilius Paulus Macedonicus werd verslagen bij Pydna, een havenstad ten zuidwesten van Thessaloníki. Wéér braken er daarna opstanden uit, met als gevolg dat Macedonië tot een Romeinse provincie werd gemaakt. Als straf voor een Griekse opstand gaf de senaat in 146 consul Mummius de opdracht de rijke handelsstad Korinthe te verwoesten; heel Griekenland werd bij de provincia Macedonia gevoegd. Edessa - Eerste Heilige oorlog - Egaleo FC - Egeďsche Zee - Egina - Elýtis - Epidaurus - Euboea - Euripides - Evia - Evros [bewerk] F Maria Farantouri - Festos - Fira - Folegandros [bewerk] G Gaea - George I - George II - Geschiedenis van de Myceense beschaving - Geschiedenis van Griekenland - Gigant - Phaidon Gizikis - Griekenland - Grieks - Grieks alfabet - Griekse burgeroorlog - Griekse mythologie - Griekse Onafhankelijkheidsoorlog - Grieks-orthodoxe Kerk - Gymnasion - gyros [bewerk] H Hagion Oros - Hagios Nikolaos - Halkída - Hassapikos - Helena - Heraklion - Hersonissos - Hippocrates - Homerus - Hydra [bewerk] I Ibycus - Icoon - Igoemenitsa - Ilias - Ioannina - Ionische Eilanden - Ionische Zee - Ios - Iraklia - Iraklion - Iraklis Saloniki - Isocrates [bewerk] J (zie I) [bewerk] K (zie ook onder C) Kaap Skilla - Kalamata - Kalamatianos - Kalavryta - Kalidonia - Kallithea - Kamena Vourla - Konstantinos Karamanlis - Karpathos - Karýtena - Kassandra (schiereiland) - Kastelorizo - Kato Zakros - Konstantínos Kavafis - Kavala - Níkos Kazantzákis - Kea - Kefalonia - Kérkira - Keros - Khalkis - Kikládes - Kimolos - Kithnos (eiland) - Klassieke Oudheid - Knossos - Koefonisia - Kolonelsregime - Konstantijn I - Konstantijn II - Korfoe - Korinthe / Kanaal van Korinthe - Alexandros Korizis - Panos Koronaios - Kos - Kreta - Kretenzische dadelpalm - Kretenzische wilde geit - Kritikos - Kitron - Kritsa - Kýklades - Kyparissia - Kythnos (berg) [bewerk] L Lacedaemon - Lamia - Larissa - Leda - Lefkada - Lesbos - Lindos - Griekse literatuur - Lijst van departementen van Griekenland - Lijst van Griekse staatshoofden - Konstantinos Loumpoutis - Lousios [bewerk] M Macedonië - Nikolaos Machlas - Makarios III - Costas Mandylor - Mantinea - Marathon (sport) - Marathónas - Megara (stad) - Megara (mythologie) - Megisti - Melisseus - Melina Mercouri - Mesolóngi - Mesta - Metaxa - Ioannis Metaxas - Methana - Middellandse Zee - Miltiades - Milos - Mikonos - Minoďsche beschaving - Minos - Minotaurus - Mirthios - Myceense architectuur - Myceense beschaving - Myceense paleizenbouw - Mycene - Mykonos - Mystras - Mythologie (Griekse) - Mytilini [bewerk] N Nauplion - Naxos - Neapolis (syn.:Kavala) - Neapolis (Kreta) - Neapolis (Peloponnesos) - Nestos - Nicosia - Nikč-tempel - Nisyros - Nomos [bewerk] O Odyssee - OFI Kreta - Olijfboom - Olympiakos Piraeus - Olympische spelen - Olympisch Stadion Spyridon Louis - Onafhankelijkheidsoorlog - Otto I - Oud-Griekse architectuur - Oud-Griekse beeldhouwkunst - Oud-Griekse kunst - Oud-Griekse literatuur - Oud-Griekse schilderkunst - Ouzo [bewerk] P Paard van Troje - Palamás - Pallas Athene - Pan (god) - Panathinaikos FC - Panionios - Panormos - Pantheon (religie) - PAOK Thessaloniki - Georgios Papadopoulos - Tassos Papadopoulos - Andreas Papandreou - Giorgos Papandreou - Giorgos Papandreou jr. - Paros - Parthenon - Pasiphaë - PASOK - Patmos - Patras - Paul I - Pausanias (schrijver) - Pelion - Peloponnesische oorlog - Peloponnesos - Perachora - Pérama - Peristeri - Perzische oorlogen - Petra (Lesbos) - Lakis Petropoulos - Petros (pelikaan) - Phaedra - Phalerum - Phidippides - Pireus - Pirgos - Pisistratus - Plakias - Plato - Poliegos - Poseidon - Preveli - Propyleeën - Ptolemaida - Pylos - Pythagoras - Pytho - Python (mythologie) [bewerk] Q [bewerk] R Rethimnon (departement) - Rethimnon (stad) - Ritsos - Rododendron - Rodos (eiland) - Rodos (stad) [bewerk] S Salamina - Saloniki - Georgios Samaras - Samariakloof - Samos - Santorini - Christos Sartzetakis - Schijf van Phaistos - Seferis - Serifos - Sifnos - Sikelianos - Sikinos - Simi - Sisyphus - Sithonia - Skopelos - Skyros - Slag bij Marathon - Socrates - Solomos - Sparta - Spartathlon - Sporaden - Stemnitsa - Syros [bewerk] T Taal - Thalia - Thebe - Mikis Theodorakis - Thera - Theseus - Thessaloniki - Thira - Thirasia - Thracië - Thucydides (politicus) - Tinos - Titaan (mythologie) - Thracië - Spyridon Trikoúpis - Tripolis - Tsikoudia - Georgios Tsolakoglu - Emmanouil Tsouderos - Tweede Heilige oorlog [bewerk] U [bewerk] V Markos Vafiadis - Vai - Vardaris - Eleftherios Venizelos - Vergina - Voetbalbond - Voetbalelftal - Volos [bewerk] W [bewerk] X Xanthi - Xanthi (voetbalclub) - Xenophon [bewerk] Y Yannina [bewerk] Z Zakynthos - Zeus - Zorba de Griek

Informatief Griekenland

Ionische eilanden

Greece

Greece (Greek: ?????? [e?lađa] or ????? [e?las]), officially the Hellenic Republic (???????? ?????????? [elini?ci đimokra?tia]), is a country in south-eastern Europe, situated on the southern end of the Balkan peninsula. It is bordered by Bulgaria, the Former Yugoslav Republic of Macedonia and Albania to the north and by Turkey to the east. The Aegean Sea lies to the east of mainland Greece while the Ionian Sea lies to the west. Both parts of the eastern Mediterranean basin, feature a vast number of islands. Greece lies at the juncture of Europe, Asia, and Africa. It is heir to the heritages of classical Greece, the Byzantine Empire, and nearly four centuries of Ottoman rule[1]. Regarded as the cradle of western civilization and being the birthplace of democracy,[2] Western philosophy,[3] the Olympic Games, western literature, political science, major scientific principles, and drama[4] (including both tragedy and comedy), Greece has a particularly long and eventful history and a cultural heritage considerably influential in Europe, Northern Africa and the Middle East. Today, Greece is a developed country, member of the European Union since 1981 and a member of the Economic and Monetary Union of the European Union since 2001. Athens, Thessaloniki, Piraeus and Patra are the country's major cities. The shores of Greece's Aegean Sea saw the emergence of the first advanced civilizations in Europe whose impact is inseparable from today's western institutions. Home to the Classical civilization, Greece became a Roman province and in the process transformed Rome itself. Following the emergence of the Greek-speaking Byzantine Empire and 400 years of Ottoman control the modern Greek state evolved after 1821-1830 as an independent Kingdom. It increased its territorial area up until 1922, which saw the collapse of the Greek presence in Asia Minor. Bull-leaping fresco in the site of Knossos, CreteGreece was growing economically, whilst becoming politically more liberal. In 1877, Prime Minister Charilaos Trikoupis curbed the power of the monarchy to interfere in the Assembly. This period was punctuated by the undertaking of one of the largest construction initiatives in Europe: the creation of the Corinth Canal (1881 - 1893), and in 1896 the Olympic Games were revived in Athens, judged a success. As a result of the Balkan Wars of 1912-13, Crete, Chios, Samos, most of Epirus and southern Macedonia, including Thessaloniki, were incorporated into Greece. King George was assassinated in Thessaloniki in 1913 and succeeded by his Germanophile son, King Constantine I, whose struggle with Prime Minister Eleftherios Venizelos resulted in Greece's joining of the Entente against Germany and Austria, and the abdication of King Constantine in favor of his son, Alexander. Eleftherios Venizelos, the Prime Minister who defined his era.A small part of Asia Minor, which still retained a majority Greek population and was centred around the city of Smyrna (known today as Izmir), was awarded to Greece by the Great Powers for having sided with the entente powers in World War I against the Ottoman Empire. Very soon, however, Turkish nationalists, led by Mustafa Kemal Atatürk, denounced the Sultan's government in Istanbul and formed a new one in Ankara, eventually defeating the Greeks (Greco-Turkish War (1919-1922)) when the Great Powers stopped supplying the Greek armies. Following the regaining of control of Asia Minor and the destruction of Smyrna, a new government was established. Soon afterwards, the Treaty of Lausanne was signed, fixing the borders to this date. A population exchange was included in the agreement and immediately afterward, around five hundred thousand Muslims then living in mainland Greek territory left for Turkey in exchange for more than 1.22 million Greek residents of Asia Minor (excluding Constantinople, Imvros and Tenedos). In 1936, General Ioannis Metaxas established an authoritarian conservative dictatorship in Greece, known as the 4th of August Regime, and shortly before the outbreak of World War II a disputed referendum was held, resulting in a 'yes' to restore the monarchy under King George II. Ioannis Metaxas, architect of the famous Greek "No" against the Italian dictator Mussolini, along with King George II of Greece, crown prince Paul of Greece and General Alexander Papagos at the successful Albanian Campaign against the invasion of fascist Italy during World War IIOn October 28, 1940, the Italian dictator Mussolini demanded that Greece allow Axis troops to enter the country and to surrender its arms; the Greek government gave what became known as the simple negative response of ?No? (see Okhi Day) ? thereby immediately siding with the Allies (see Military history of Greece during World War II). Italian troops poured over from Albania but were foiled by the Greeks at the Albanian front, giving the Allies their first victory against fascism (see Greco-Italian War). Since Hitler and his generals needed to secure their strategic southern flank, German forces, whose ranks included troops from Bulgaria and Italy, successfully invaded, and the occupation of Greece by Nazi Germany began in April?May, 1941 (see Battle of Greece). Greek partisan resistance to the occupation was fierce, often with bitter retaliation from the occupiers. Greek Resistance however, such as that waged in Crete, is believed to have forced a delay in German plans to initiate invasion against the Soviet Union, thereby extending the campaign into the punishing Russian winter, while the extremely heavy losses of German paratroop forces foiled a planned German campaign in the Middle East against British-held Iraq and its oil fields. Germany retained its grip on the country until 1944 when German troops withdrew. The Jewish community of Thessaloniki suffered the heaviest toll by far and the Greek economy languished. Greek Civil War: The aftermath of a fierce street fighting in Athens, December 1944.After liberation from Nazi Germany, Greece experienced an equally bitter Greek Civil War between the communist-led Democratic Army and Hellenic Army lasting until 1949, when the communists were defeated in the battle of Grammos-Vitsi. During the 1950s and 1960s, Greece experienced a gradual and consistent economic growth, aided by significant grants and loans by the United States through the Marshall Plan. However, starting in 1965, a period of turbulence and the subsequent political uncertainty led to a coup d?etat against the elected government and King Constantine II that took place in the dawn of April 21, 1967, and the establishment of a US-supported military junta (Regime of the Colonels). In the ensuing years, a number of sympathisers of the left, as well as a number of politicians and communists, were arrested and brutally tortured by the regime. Many politicians evaded capture and found political refuge in other European countries such as France and Sweden, but the then-head of state, King Constantine, officially acknowledged the new regime, which was also then duly recognized by the international community, and diplomatic relations continued; he attempted a counter coup in December, 1967 which was to fail, and he went to Rome in exile. It collapsed in July 1974. Konstantinos Karamanlis arrives in Athens on the French Presidential jet, courtesy of French President Valéry Giscard d'Estaing, to assume the leadership of government of national unity that would lead to free elections. He is greeted by a jubilant crowd of supporters craving for the restoration of democratic rule.Ex Premier Constantine Karamanlis was invited back on July 23, 1974 from Paris, where he had found political refuge. Marking the beginning of the Metapolitefsi era of Greek history, the plane carrying Constantine Karamanlis landed in Athens amidst massive celebrations and enormous crowds in Syntagma Square; Karamanlis was immediately appointed interim prime minister under President Gizikis, and founded the conservative New Democracy party, going on to win the ensuing elections by a large margin. Democracy was finally restored and a democratic republican constitution came into force in 1975. The monarchy was abolished by a referendum held that same year, denying King Constantine II and his family any access to the country until 2004. Meanwhile, another prominent figure of the past, politician Andreas Papandreou, had also returned from the United States, and founded the Panhellenic Socialist Party, or PASOK. The widely praised 2004 Summer Olympics Opening Ceremony was held on August 13 in the Athens Olympic Stadium.Karamanlis won the 1977 parliamentary elections, but resigned in 1980 giving way to George Rallis; Papandreou, however, won the elections held on October 18, 1981 by a landslide and formed the first socialist government in Greece's history. Papandreou dominated the Greek political stage for almost 15 years until his death in June 23, 1996, by which time Kostas Simitis, another prominent political figure of PASOK, had already succeeded him as Prime Minister. Simitis remained in office until March 7, 2004, when Kostas Karamanlis of the conservative New Democracy party won elections. Greece became the tenth member of the European Union on January 1, 1981 and ever since the nation has experienced remarkable and sustained economic growth. Widespread investments in industrial enterprises and heavy infrastructure, as well as funds from the European Union and growing revenues from tourism, shipping and a fast growing service sector have raised the country's standard of living to unprecedented levels. The country adopted the Euro in 2001 and successfully organised the 2004 Olympic Games in Athens. [edit] Politics Main articles on politics and government of Greece can be found at the Politics and government of Greece series. The Greek Parliament todayThe 1975 Constitution, describes Greece as a "presidential parliamentary republic?, grants extensive specific guarantees of civil liberties and vests the powers of the head of state in a President elected by parliament for a 5 year term. The Greek governmental structure is similar to that found in many Western democracies, and has been described as a compromise between the French and German models. The Prime Minister and cabinet play the central role in the political process, while the President performs some executive and legislative functions in addition to ceremonial duties. The Prime Minister of Greece is the head of government, and Executive power is exercised by that government. Legislative power is vested in both the government and the Hellenic Parliament. The Judiciary is independent of the executive and the legislature and comprises three Supreme Courts: the Court of Cassation (?????? ?????), the Council of State (????????? ??? ???????????) and the Court of Auditors (????????? ????????). The Judiciary system is also comprised of civil courts, which judge civil and penal cases and administrative courts, which judge administrative cases, namely disputes between the citizens and the State. Greece elects a legislature by universal suffrage of all citizens over the age of 18. The Hellenic Parliament (Vouli ton Ellinon) has 300 members, elected for a four-year term. Since the restoration of democracy the party system is dominated by the liberal-conservative New Democracy (??? ?????????? - Nea Dimokratia) and the socialist PASOK, or Panhellenic Socialist Movement (?????????? ???????????? ?????? - Panellinio Sosialistiko Kinima). Non-negligible parties include the Communist Party of Greece and the Coalition of the Radical Left. Further information: List of political parties in Greece On March 7, 2004, Kostas Karamanlis, president of the New Democracy party and nephew of the late Constantine Karamanlis, was elected as the new Prime Minister of Greece, thus marking his party's first electoral victory in nearly 11 years. Karamanlis took over Government from Kostas Simitis of PASOK, who had been in office since January 1996. [edit] Administrative divisions Main articles: Peripheries of Greece, Regions of Greece, and Prefectures of Greece Peripheries: Greece consists of 13 administrative regions known as peripheries, which subdivide further into the 54 prefectures (nomoi, singular ? nomos). For more detailed maps of the peripheries and/or prefectures, see the Peripheries of Greece or Prefectures of Greece articles. Autonomous region:Greece has one autonomous region, Mount Athos (Agio Oros ? Holy Mountain) in Macedonia. [edit] Military See Military of Greece [edit] Geography Main article: Geography of Greece Map of GreeceGreece consists of a mountainous and craggy mainland jutting out into the sea at the southern end of the Balkans. The Peloponnesus peninsula (separated from the mainland by the canal of the Isthmus of Corinth); and numerous islands (around 3,000), including Crete, Euboea, Lesbos, Chios, the Dodecanese and the Cycladic groups of the Aegean Sea as well as the Ionian Sea islands. Greece has the 7th or 8th longest coastline in the world with more than 15,000 kilometres (9,300 mi); its land boundary is 1,160 kilometres (721 mi). Four fifths of Greece consist of mountains or hills, making the country one of the most mountainous in Europe. Western Greece contains a number of lakes and wetlands and it is dominated by the Pindus mountain range. Pindus has a maximum elevation of 2,636 metres (8,648 ft) and it is essentially a prolongation of the Dinaric Alps. The range continues through the western Peloponnese, crosses the islands of Kythera and Antikythera and find its way into southwestern Aegean, in the island of Crete where it eventually ends. (the islands of the Aegean are peaks of underwater mountains that once consisted an extension of the mainland). Pindus is characterized by its high, steep peaks, often dissected by numerous canyons and a variety of other karstic landscapes. Most notably, the impressive Meteora formation consisting of high, steep boulders provides a breathtaking experience for the hundreds of thousands of tourists who visit the area each year. Special lifts transfer visitors to the scenic monasteries that lie on top of those rocks. Meteora are situated in the Trikala prefecture. The Vikos-Aoos Gorge is yet another spectacular formation. The Vicos-Aoos Gorge is a popular hotspot for those in fond of extreme sports. Mount Olympus, the highest mountain of Greece. View from the town of Litochoro.The mythical Mount Olympus is the highest mountain in the country, located in the southwestern Pieria prefecture, near Thessaloniki. Mytikas in Olympus range has a height of 2,918 metres (9,570 ft) at its highest peak. Once considered the throne of the Gods, it is today extremely popular among hikers and climbers who deem its height as a challenge. Moreover, northeastern Greece features yet another high altitude mountain range, the Rhodope range, spreading across the periphery of East Macedonia and Thrace; this area is covered with vast, thick, ancient forests. The famous Dadia forest is in the prefecture of Evros, in the far northeast of the country. Expansive plains are primarily located in the prefectures of Thessaly, Central Macedonia and Thrace. They constitute key economic regions as they are among the few arable places in the country. Volos and Larissa are the two largest cities of Thessaly. Rare marine species such as the Pinniped Seals and the Loggerhead Sea Turtle live in the seas surrounding mainland Greece, while its dense forests are home to the endangered brown bear, the lynx, the Roe Deer and the Wild Goat. The cosmopolitan island of Mykonos. [edit] Climate of Greece Main article: Climate of Greece The climate of Greece can be categorised into three types that influence well defined regions of its territory. The Pindus mountain range strongly affects the climate of the country. The three distinct types are the Mediterranean, the Alpine and the Temperate types. The first one features mild, wet winters and hot, dry summers. The Cyclades, the Dodecanese, Crete, Eastern Peloponessus and parts of the Sterea Ellada region are mostly affected by this particular type. Temperatures rarely reach extreme values although snowfalls do occur occasionally even in the Cyclades or Crete during the winter months. The Alpine type is dominant mainly in Western Greece (Epirus, Central Greece, Thessaly, Western Macedonia as well as in the western and central parts of Peloponessus, including the prefectures of Achaea, Arcadia and parts of Laconia, where the Pindus range passes by). Finally the Temperate type affects Central and Eastern Macedonia as well as Thrace, mainly affecting the cities of Komotini, Xanthi and the towns of northern Evros; it features cold, damp winters (with 52 inches of rain in Corfu and 25 inches in Crete)and hot, dry summers. Athens is located in a transitional area featuring both the Mediterranean and the temperate types.It averages about 16 inches of rain annually. The city's northern suburbs are dominated by the temperate type while the downtown area and the southern suburbs enjoy a typical Mediterranean type. [edit] Economy Main article: Economy of Greece Greek 1 euro coin depicting Goddess Athena's symbol, the owl.Greece has a capitalist mixed economy. The nation's main economic activity is primarily based on the tourism, shipping, banking & finance and construction sectors while the country serves as the regional business hub for many of the world's largest multinational companies. Greece enjoys a high standard of living, ranking 24th on the 2006 Human Development Index and 22nd on The Economist's 2005 world-wide quality-of-life index[3] and it has an average per capita income that has been estimated at $23,518[5] for the year 2006. The implementation of a number of structural and fiscal reforms, combined with considerable European Union funding over the last 25 years and increasing private consumption have contributed to the fact that the Greek GDP annual growth consistently out-performs the European average. [4] The Rio-Antirio bridge connects the Peloponnese with mainland Greece.Main exports from Greece include: Services, make up the largest, most vital and fastest-growing sector of the Greek economy, accounting for about 70% of GDP in 2002 followed by manufacturing and agriculture. The thriving tourism industry is a major source of foreign exchange earnings and revenue accounting for 14.3% of Greece?s total GDP and employing (directly or indirectly) 659,719 people (or 16.5% of total employment). Fifteenth country in the world concerning the total number of tourists, Greece welcomed over 16.5 million visitors in 2004 alone, and almost 18 million in 2005, after the 2004 Summer Olympic Games. With earnings of ?12 bn in foreign exchange and a leading fleet on a global basis, the shipping industry is arguably considered as one of Greece's most important industries. The Greek banking & Finance sector is also an important source of revenue and employment and Greek banks have invested heavily in the Balkan region. The manufacturing sector accounts for about 13% of GDP with the food industry leading in growth, profit and export potential. High-technology equipment production, especially for telecommunications, is also a fast-growing sector. Other important areas include textiles, building materials, machinery, transport equipment, and electrical appliances. Construction (10%GDP) and agriculture (7%) are yet two other significant sectors of the Greek economic activity. The tourism industry is an important source of income in Greece. Here, the popular Milopotas Beach in the island of Ios.After the end of the Greek Civil War in 1949 and for more than two decades Greece achieved the second highest economic growth rate in the world after Japan, resulting in a dramatic improvement of living standards (the "Greek economic miracle"). Since Greece became a full member of the European Union, on January 1, 1981, it has benefited from cohesion funds, along with Portugal, Spain and Ireland that have contributed considerably to the nation's remarkable economic development since the 1980s. In 1989 Greece belonged to a group of 22 "advanced economies". During the third quarter of 2006, Greece experienced a strong 4.4% growth rate, while in the same period of the previous year, the growth rate was 3.8%. This is among the highest rates in the EU and the Eurozone, where the average growth rates for these periods were estimated to stand as 2.7% and 1.7% respectively. Current challenges include the further reduction of unemployment which currently stands at 8.8%, the reform of the social security system, the further privatization of the public sector, the overhauling of the tax system and the further reduction of certain bureaucratic inefficiencies. Reduction of the fiscal deficit to the Eurozone target of 3% of GDP had also become a key issue. Under a negotiated agreement, the EU has given Greece a two year deadline (budgets of 2005 and 2006) in order to bring the deficit in line with the criteria of the European stability pact, namely below 3%. In 2005, the deficit had declined significantly and stood at 4.5% of GDP, in line with Greece's commitments to the European Union. As of late 2006, the achievement of that goal is deemed as certain within the time constraints set by Eurostat. The current estimate for 2006 is a deficit of 2.6% of GDP. [edit] Science and technology Because of its strategic location, qualified workforce and political and economic stability, many multinational companies, such as Ericsson, Siemens AG, SAP, Motorola, have their regional R&D Headquarters in Greece. The General Secretariat for Research and Technology of the Hellenic Ministry of Development is responsible for designing, implementing and supervising national research and technological policy. In 2003, public spending on R&D was 456,37 million Euros (12,6% increase from 2002). Total R&D spending (both public and private), as a percentage of GDP has increased considerably since the beginning of the past decade, from 0,38% in 1989, to 0,65% in 2001. The new building of the Computer Technology Institute in Patras, Greece's third largest city.R&D spending in Greece remains lower than the EU average of 1,93% but according to Research DC, based on OECD and Eurostat data, between 1990 and 1998, total R&D expenditure in Greece enjoyed the third highest increase in Europe, after Finland and Ireland. In 2001, there were 55,626 researchers (from 30,500 in 1993)in such fields as telecommunications, microelectronics, multimedia, computer science, computer networks and software engineering, attracting the interest of many multinational companies and producing an increasing number of high quality publications. Of that number approximately, 33,507 were employed in Higher Education Foundations, 13,100 by private companies, 8,800 in State-owned Research Centres and approximately 200 in non-profit private research centres. Greece's technology parks with incubator facilities include: the Science and Technology Park of Crete (Heraklion), the Thessaloniki Technology Park, the Lavrio Technology Park and the Patras Science Park. Greece has been a member of the European Space Agency, or ESA, since 2005. Cooperation between ESA and the Hellenic National Space Committee began in the early 1990s. In 1994 Greece and ESA signed their first cooperation agreement. Having formally applied for full membership in 2003, Greece became ESA's 16th member on March 16th 2005. As member of the ESA, Greece participates in the agency's telecommunication and technology activities, and the Global Monitoring for Environment and Security Initiative. [edit] Demography Main article: Demographics of Greece Part of the series on Greek culture Architecture Art Cinema Cuisine Dance Dress History Language Literature Music People Politics Philosophy Religion Sport Television The official Statistical body of Greece is the National Statistical Service of Greece (NSSG). Vital Statistics: According to the NSSG, in 2005, Greece had a total population of 11.082.752 of whom 5.486.632 were males and 5.596.119 females. As statistics from 1971, 1981 and 2001 show, the Greek population has been ageing the past several decades. The birth rate in 2003 stood 9,5/1,000 inhabitants (14,5/1,000 in 1981). At the same time the mortality rate increased slightly from 8,9/1,000 inhabitants in 1981 to 9,6/1,000 inhabitants in 2003. In 2001, 16,71% of the population were 65 years old and older, 68,12% between the ages of 15 and 64 years old, and 15,18% were 14 years old and younger. In 1971 the figures were 10.92%, 63.72% and 25,36% respectively. Greek societal traits have also rapidly changed through the passage of time. For example, marriage rates kept falling from almost 71/1,000 inhabitants in 1981 until 2002, only to increase slightly in 2003 to 61/1,000. Divorce rates on the other hand, have seen an everlasting and accelerating increase ? from 89,2/1,000 marriages in 1981 to 191/1,000 marriages in 2002. Almost 2/3 of Greeks live in urban areas. Greece's largest cities in 2005 were: Athens (3,190,336), Thessaloniki (980,419), Patra (216,592), Iraklio (188,650) and Volos (151,591). (source: The Regions of Greece, All Media Publication, 2005) Ethnic Minorities: The only minority in Greece which receives special minority treatment is the Muslim minority (????????????? ??????????) in Thrace, which amounts to approximately 0.95% of the total population and mainly consists of ethnic Turks, Pomaks and Roma. Other recognized ethnic minorities are approximately 35,000 Armenians, and 5,500 Jews. For more information on ethnic minority-related issues see: Minorities in Greece and Demographics of Greece. Immigration: Due to the complexity of Greek immigration policy, practices and data collection, truly reliable data on immigrant populations in Greece is difficult to gather and therefore subject to much speculation. A study from the Mediterranean Migration Observatory maintains that the 2001 Census from the NSSG recorded 762.191 persons residing in Greece without Greek citizenship, constituting around 7% of total population and that, of these, 48.560 were EU or EFTA nationals and 17.426 Cypriots with privileged status. At the same time, Albanians constituted some 56% of total immigrants, followed by Bulgarians (5%), Georgians (3%) and Romanians (3%). Americans, Cypriots, British and Germans appeared as sizeable foreign communities at around 2% each of total foreign population. The rest were around 690.000 persons of non-EU or non-homogeneis status. The greatest cluster of non-EU immigrant population is in the Municipality of Athens ?some 132.000 immigrants, at 17% of local population. Thessaloniki is the second largest cluster, with 27.000 ? but reaching only 7% of local population. After this, the predominant areas of location are the Athens environs. According to the same study, the foreign population (documented and undocumented) residing in Greece may in reality figure upwards to 8,5% or 10,3%, that is approximately meaning 1,15 million - if immigrants with ??homogeneis?? cards are accounted for. Religious Affiliation: The majority of Greek citizens (95-98%) are baptised into the Greek Orthodox Church and most celebrate at least the main religious feasts, especially Pascha (Greek Orthodox Easter). St Dionysius's Cathedral (Greek Orthodox), Zakynthos City.According to the US Department of State, the Greek Government does not keep statistics on religious groups and censuses do not ask for religious affiliation. The Department of State's International Religious Freedom Report of 2005[5] maintains that approximately 97 percent of citizens identify themselves at least nominally with the Greek Orthodox faith. Estimates of the, mainly Turcophone, Muslim community range from 98,000 to 140,000 ? the immigrant Muslim community is between 200,000 and 300,000. Members of the Roman Catholic faith are estimated at 50,000, with the immigrant Catholic Community approximating 200,000. The Jehovah's Witnesses report having 30,000 active members. The State Department report calculates Protestants, including evangelicals, at about 30,000. The longstanding Jewish community numbers approximately 5,000 adherents, about 2,000 of whom reside in Thessaloniki. There is also a significant, although unconfirmed, number of followers of the Ethnic Hellenic religion (100,000 members according to the Supreme Council of Ethnikoi Hellenes). According to the most recent Eurostat Eurobarometer poll, in 2005,[6] 81% of Greek citizens responded that they "believe there is a God", whereas 16% answered that "they believe there is some sort of spirit or life force" and 3% that they "do not believe there is a God, spirit, nor life force". Greece's percentage of respondents asserting that they "believe there is a God" was the third highest among EU members. [edit] Education Main article: Education in Greece Education in Greece is compulsory for all Greek children 6-15 years old, or for 9 years in general (Elementary school and junior high school). Front entrance of the National Technical University of Athens (Patission Street Campus).Compulsory education is comprised of Primary there are also Nipiaka Tmimata (nursery classes) which operate along with the Nipiagogeia (kindergartens). Attendance at Primary Education (Dimotiko) lasts for six years, and children are admitted at the age of 6. Along with the regular kindergartens (Nipiagogeia) and the Dimotika, All-day primary schools are in operation, with an extended timetable and an enriched Curriculum. The Greek Education System also provides Special Nipagogeia (kindergartens), Dimotika, Gymnasia, Lykeia and special upper secondary classes in operation, for students with special educational needs. Musical, Ecclesiastical and Physical Education Gymnasia and Lykeia are also in operation. Post-compulsory Secondary Education, consists of two school types: Eniaia Lykeia (Unified Upper Secondary Schools) and the Technical Vocational Educational Schools (TEE). Post-compulsory Secondary Education also includes the Vocational Training Institutes (IEK) , which provide formal but unclassified level of education. These Institutes are not classified as an educational level, because they accept both Gymnasio (lower secondary school) and Lykeio (upper secondary school) graduates according to the relevant specializations they provide. Public higher education is divided into Universities and Technological Education Institutes (TEI). Students are admitted to these Institutes according to their performance at national level examinations taking place at the third grade of Lykeio. Additionally, students are admitted to the Hellenic Open University upon the completion of the 22 year of age by drawing lots. Formal education is characterized by the fixed length of study, the possibility of repetition and the award of a formal school-leaving certificate which is the official authorization. As a consequence of the classification of the education institutions, a title (school-leaving certificate, degree etc.) is compulsory for students at each education level in order to continue to the next. [edit] Culture Main article: Culture of Greece A Mycenaean funeral mask known as the "Mask of Agamemnon".Greek culture is attributed with a vast number of contributions to philosophy, astronomy, science, and the arts. Greek culture evolved over thousands of years, with its beginnings in the Mycenean and Minoan Civilizations, continuing into Classical Greece, the birth of the Hellenistic era and through the influence of the Roman Empire and its Greek Eastern successor the Byzantine Empire. The Ottoman Empire also had a significant influence on Greek culture, but the Greek war of independence is credited with revitalizing Greece and giving birth to a single entity of its multi-faceted culture throughout the ages. Greece is often known as the cradle of Western civilisation. Further information: List of Greeks [edit] Photo Gallery The bell tower of the church of St. Spyridon, patron Saint of the island of Corfu. The popular Porto Katsiki beach in the island of Lefkada. Shannon Davis 2006. The White Tower of Thessaloniki; in Thessaloniki, Greece's second largest city. The 6.3 Km long Corinth Canal, built from 1881 to 1893, connects the Gulf of Corinth to the Saronic Gulf. The famous Knights' Avenue in the Old town of the city of Rhodes. The Tholos at the sanctuary of Athena Pronaia in the site of Delphi. A portion of Arthur Evans' reconstruction of the Minoan palace at the site of Knossos, Crete. Night shot of central Athens. The old Venetian Port in the city of Rethymno, Crete. The Old City of Monemvasia, in southern Peloponnese. The Mykonos windmills. The popular Oia resort, Santorini at night. The town of Fiscardo, Kefallonia. The port of Hermoupolis in the island of Syros. Part of the Old Town of Corfu. Interchange at the Attiki Odos, the Athens' ring road. The Porto Carras resort in Chalkidiki peninsula. The port of Patras in Peloponnese. Aristotelous Square in Thessaloniki. The harbour of Pythagoreio, in Samos island.

Reisbureaus Griekenland

Griekenland

Griekenland

Steil uit zee oprijzende kliffen, eindeloze witte zandstranden, sinaasappel- en olijfbomen maken Kreta tot een paradijs. Koning Minos was 3700 jaar geleden (!) reeds onder de indruk van dit prachtige eiland en liet zijn gigantische paleis in Knossos bouwen. Op dit eiland kan je op een van de vele terrasjes genieten van de zon en een heerlijk glas Retsina. En in de discotheken van Kreta, maar ook van Corfu, Lesbos en Kos, kan je blijven dansen...

griekse mythologie

griekse oudheid

hotel griekenland

kaart griekenland

aanbieding griekenland

grieks

appartement griekenland

griekenland reizen

griekenland vakantie

grieks eten

grieks restaurant

grieks woordenboek

griekse goden

autohuur griekenland

camping griekenland

campings griekenland

appartementen griekenland

athene 2004

corfu griekenland

cursus grieks

eilanden griekenland

eilandhoppen griekenland

Door You i.s.m griekenland.startspot.nl
Hosting en scripting door: MPlay.nl
Er staan 215 links op deze pagina.
Opmerkingen of suggesties?